|
‘With 'With a little help from my friends"
De Huurdersvereniging Amsterdam (HA) organiseerde op 2 juni jl. de derde kennisdeelbijeenkomst; With a little help from my friends. Deze bijeenkomst stond geheel in het teken van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). In de Theaterzaal in Akantes gaven Catrinus Egas (bureau AanZ) en Tineke van den Klinkenberg (adviseur grote steden-, integratie- en sociaal beleid) hun visie op de WMO. Daarna was onder leiding van presentatoren Mich van Hees (ASW) en Margriet Koomen (HA) het woord aan de bewoners; Hoe kijken zij aan tegen de komende veranderingen?
Een aspect van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is het stimuleren van eigen initiatief van bewoners bij welzijn- en zorgbeleid. De wet maakt de gemeenten verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering ervan. Daarbij ligt ook een grotere verantwoordelijkheid bij de burgers zelf. De gemeenten zijn namelijk verplicht inwoners te betrekken bij het maken van beleid en een dienstenaanbod op maat.
De presentaties Catrinus Egas bespreekt in zijn presentatie over het begrip Zorgloket. Via het zorgloket kan een bijdrage geleverd worden aan het formuleren van de zorg- of de ondersteuningsvraag en de aansluiting van het dienstenaanbod daaraan. De zorg- en dienstverleners zouden aan de slag moeten gaan met het uitgangspunt dat de vraag leidend moet zijn en dat de cliënt een eigen inbreng moet hebben hierbij. Maar wat als mensen om wat voor reden dan ook niet in staat zijn hun eigen behoeftes te formuleren? Medewerkers van het loket moeten als eerste de burger helpen bij het formuleren van de eigen zorgvraag. Het opzetten van klankbordgroepen van zorggebruikers is verder een belangrijk onderdeel van een zorgloket. Het is belangrijk dat juist de uitvoering van de WMO in de praktijk voortdurend gevolgd en besproken wordt. Daarvoor is een zorgloket een goed middel.
‘Wonen Plus’ Tineke van den Klinkenberg schetst in haar presentatie een beeld van de mogelijkheden van de WMO aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden. De vraag is of huurdersorganisaties voor zichzelf een taak zien weggelegd om bewonersnetwerken in te zetten voor onderlinge hulp. Een mooi voorbeeld van een vrijwilligersorganisatie is te vinden in Alkmaar bij de Stichting Wonen Plus. 65-plussers, gehandicapten en chronisch zieken kunnen een beroep doen op deze organisatie. Zij kunnen voor een kleine bijdrage abonnee worden. De woningcorporatie draagt 2 euro bij per woning aan Wonen Plus. De abonnees kunnen een beroep doen op de vrijwilligers voor allerlei klussen van huisbezoek tot tuinonderhoud. Er blijkt in Alkmaar wel een grens te zitten aan de hoeveelheid beschikbare vrijwilligers. Daarmee legt van den Klinkenberg een veelvoorkomend probleem bij bewonersparticipatie bloot.
Bewoners en WMO De WMO kent drie beleidsvelden: zorg, welzijn en participatie. Van bewoners vereist de nieuwe situatie een grote inzet om een bijdrage te leveren aan bijvoorbeeld een leefbare wijk door zorg te dragen voor elkaar. Tijdens de avond wordt er druk gediscussieerd over de inzet van de bewoners. De HA ziet kansen voor bewoners om hun invloed op beleid te vergroten en om zelf met initiatieven te komen. Huurdersorganisaties en bewonerscommissies moeten hun sociale functie weer oppakken, zo luidt één van de stellingen tijdens de discussies. Aanwezigen wisselen met elkaar van gedachten over de mogelijkheden om bewonersparticipatie te vergroten. Bewonerscommissies zouden cursussen voor bewoners kunnen organiseren, zich breder kunnen richten op woonzorggebieden en hun aandacht niet alleen richten op het woonaspect, maar ook op het sociale aspect dat in buurten leeft. Ook hier blijken de verschillen tussen de bewonersorganisaties weer groot; waar sommige bewonerscommissies goed lopen en gezellige activiteiten voorop stellen, houden andere maar met moeite het hoofd boven water. Bewonersparticipatie laat zich niet zomaar vangen. Het blijft vrijwilligerswerk waar niet iedereen genoeg tijd voor vrij kan maken. Dit zien bewoners als een mogelijk probleem bij de invoering van de WMO. Catrinus Egas benadrukt in deze discussie dat bewoners vooral met een concreet belang moeten beginnen, dan komt de betrokkenheid vaak vanzelf. Tineke van den klinkenberg voegt daaraan toe dat het soms lijkt alsof mensen verplicht worden voor elkaar te ‘mantelzorgen’, dat is natuurlijk niet het geval, ook via de wet moet je ook mantelzorg kunnen krijgen.
WMO platforms Margriet Koomen, beleidsadviseur van de HA, vindt samenwerking tussen huurdersorganisaties, cliëntenraden en ouderenadviesraden van wezenlijk belang binnen het kader van de WMO; “Vanuit strategisch oogpunt is het zinvol om gezamenlijk op te treden richting de gemeente. Huurdersorganisaties kunnen deelnemen aan WMO platforms. Deze bestaan nu nog niet, maar zouden op stadsdeelniveau moeten worden opgericht”. Vanuit de Wijksteunpunten Wonen (in oprichting) moet er bewonersondersteuning hiervoor beschikbaar zijn.
De WMO is een onderwerp dat leeft onder de bezoekers van de kennisdeelbijeenkomst. De HA zal in de komende maanden werken aan goede voorlichting en zich sterk maken voor ondersteuning vanuit de Wijksteunpunten Wonen. Met kreten als ‘Zorg voor elkaar’ en ‘een buurt voor iedereen’ hoopt de HA bewoners te interesseren voor de kansen die de WMO hen te bieden heeft.
Voor een compleet verslag met de presentaties van Tineke van den Klinkenberg en Catrinus Egas kunt u contact opnemen met het secretariaat van de HA: 020-6206882.
Bewoners en cliënten die zich willen laten adviseren over de mogelijkheden van de WMO kunnen terecht bij Mich van Hees, Amsterdams Steunpunt Wonen 020-5230130.
Meer informatie over de invoering van de WMO is te vinden op www.invoeringwmo.nl |