Einde aan rechtzaak over het tuinstadgeld
De Huurdersvereniging Amsterdam (HA) staakt haar juridische
strijd voor de terugbetaling aan alle huurders van de ten onrechte
betaalde tuinstadbijdrage in de periode 1990-2000. Daarmee komt
een eind aan een langlopende rechtzaak over een miljoenenclaim
die de Huurdersvereniging Amsterdam bij de sociale verhuurders
had gelegd.
De Hoge Raad oordeelde in juli 2000 dat verhuurders
niet de kosten van groenonderhoud via de servicekosten aan
hun huurders
mogen doorberekenen, als er sprake is van ‘openbaar groen’.
In de tuinsteden van Amsterdam was dat wel de praktijk en hebben
huurders dus ten onrecht de tuinstadbijdrage betaald. Het gaat
daarbij naar schatting om 40.000 huurders die maandelijks een
bedrag van circa € 5 betaalden.
In 2001 is de HA begonnen met een rechtzaak om
de ten onrechte betaalde tuinstadbijdrage in de periode 1990-2000
terug te vorderen.
In december 2004 sprak het gerechtshof in Amsterdam zich uit
over het hoger beroep dat de HA had aangespannen tegen een eerdere
uitspraak. Het hof oordeelde daarbij dat de tuinstadbijdrage
inderdaad ten onrechte was betaald, maar matigde de vordering
tot terugbetaling tot nul, omdat de geïnde tuinstadbijdrage
wel was gebruikt voor het groenonderhoud. De HA overwoog om deze
kwestie voor te leggen aan de Hoge Raad, maar ziet daar na een
juridisch onderzoek van af. In cassatie gaan tegen deze uitspraak
is niet zinvol.
Individuele huurders die nog wel tuingeld betalen
via de servicekosten en waar in feite sprake is van ‘openbaar groen’,
kunnen nog wel zelf terugvordering vragen bij de huurcommissie.
Daarbij is de terugvorderingtermijn wel beperkt tot maximaal
drie jaar.
|